De buigradius van een bocht is meestal 1,5 keer de pijpdiameter (R=1,5D), wat een bocht met lange radius wordt genoemd; als de radius gelijk is aan de pijpdiameter (R=D), spreekt men van een bocht met korte radius. Specifieke berekeningsmethoden omvatten de methode met 1,5 keer de pijpdiameter, de trigonometrische methode, enzovoort, en moeten worden gekozen op basis van de feitelijke toepassing.
Gangbare classificaties:
Bocht met grote radius: R=1,5D, geschikt voor situaties die een lage vloeistofweerstand vereisen (zoals chemische leidingen).
Bocht met kleine radius: R=D, geschikt voor situaties met beperkte ruimte (zoals interne leidingen in gebouwen).
Berekeningsmethoden:
Methode met 1,5 keer de pijpdiameter:
Formule: Buigradius = Pijpdiameter × 1,524 (afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal).
Trigonometrische methode:
Geschikt voor bochten met een niet-standaard hoek; de werkelijke radius moet worden berekend op basis van de hoek.
Toepassingsscenario's:
Bocht met grote radius: Vermindert de vloeistofweerstand, geschikt voor transport over lange afstanden.
Bocht met kleine radius: bespaart ruimte, maar kan het energieverbruik verhogen.
Geplaatst op: 21 november 2025




